logo
DSCF0548.jpg
Herkomst van zijde

Zijde geldt als de edelste en mooiste geweven stof. Zijde was daarom eeuwen lang alleen aan de rijken en de machtigen voorbehouden. Zij droegen de zijde als een teken van hun rijkdom.Dankzij hen kennen we gelukkig de zijdevlinders. Dit is een vlindersoort waarvan de rups zich bij het verpoppen in zijden draden wikkelt. De bekendste is de moerbeivlinder. Deze is zo genoemd omdat hij zich voedt met de bladeren van de moerbeiboom.

Om zijde te maken heb je de teelt van zijderupsen nodig. Al vanaf voor 3000 voor Chr. heeft zich met de zijdeteelt bezig gehouden. De Chinezen waren de eersten die deze kunst beheersten. Heel lang hielden ze deze kennis geheim. Dit deed men omdat de zijde een belangrijk exportmiddel was dat via de zijderoute bij de Europese hoven terechtkwam. Toch was het niet te voorkomen dat ook in Korea en Japan en later ook in Indië en Perzië de teelt van zijderupsen opkwam en China concurrentie kreeg. Byzantijnse monniken verspreidden tevens de teelt van zijderupsen in Europa. Frankrijk en Italië behoren nu naast China, Japan en Korea tot de zijde producerende landen.

De zijdewinning is zeer tijdrovend en arbeidsintensief. De zijderups moet zich eerst in een cocon spinnen, waarna de poppen met heet water of hete lucht worden gedood. Hierna is het werk van de zijdeteler gedaan. De verdere behandeling van de cocon, het afwikkelen, gebeurt in een speciale fabriek. Daar worden de cocons eerst in water geweekt, zodat de lijmlaag waarmee de draden aan elkaar vastzitten, loslaat. Met behulp van speciale borstels kan dan de cocondraad afgewikkeld worden. Van de 3000 meter draad uit een cocon is slechts 300 tot 800 meter voor de verwerking tot hoogwaardige ruwe zijde geschikt. De zijde kan nog verder veredeld worden wanneer hij in een zeepoplossing gekookt wordt en alle zeepresten van de zijdelijm worden verwijderd (ontbasten). Daarna worden de zijden draden gesponnen en geweven.

 

 

 
tmpl by joohopia